Brussel, 1 juli 2026 – In een stap die de Belgische voetbalwereld op zijn grondvesten heeft doen schudden, heeft Marc Coucke, meerderheidsaandeelhouder van RSC Anderlecht, bevestigd dat hij na de zomerse transferperiode zijn functie als trainer van de club zal neerleggen. De beslissing, die Coucke omschreef als “de moeilijkste uit mijn carrière”, komt na bijna een decennium van onrust, sportieve stagnatie en een steeds vijandiger wordende relatie met de supporters.

Coucke, die in 2018 de Belgische recordkampioen overnam, zag zijn periode gekenmerkt worden door een aanhoudend gebrek aan prijzen. Ondanks aanzienlijke financiële investeringen heeft Anderlecht tien jaar lang geen grote trofee gewonnen, een droogte die het geduld van de ooit zo loyale supporters op de proef heeft gesteld. De situatie bereikte de afgelopen weken een kookpunt, waarbij de hardcore supportersgroepen van de club gecoördineerde protesten organiseerden die rechtstreeks op Coucke waren gericht.
Een zomer van onvrede
De druk op Coucke was de hele zomer voelbaar. De protestacties zijn geëscaleerd van graffiti op de muren van het trainingscomplex en het stadion van de club – met leuzen als “Coucke buiten” – tot meer persoonlijke aanvallen. Aan de poort van Couckes privékasteel in Merelbeke hing een spandoek met de tekst “Wees nobel en rot op”. Andere spandoeken in het stadion droegen teksten als “Blijf in de dierentuin en ga hier weg!” en “Nu begrijpen we de resultaten van de afgelopen negen jaar beter!”.
De protesten, georganiseerd door groepen zoals de Brussels Casual Service (BCS), hebben opgeroepen tot een boycot van de thuiswedstrijden volgend seizoen en hebben openlijk het onmiddellijke vertrek van Coucke geëist. “Marc Coucke heeft geen enkel voetbalinzicht. Hij ziet onze club als een bedrijf, niet als een supporter”, vertelde een fan aan Het Nieuwsblad.
“De tijd is gekomen”
In een exclusief interview met deze publicatie lichtte een zichtbaar geëmotioneerde Coucke zijn besluit toe. “Ik nam Anderlecht over met de droom om de club in ere te herstellen”, zei Coucke. “Ik heb flink geïnvesteerd, topmensen aangetrokken en alles gegeven wat ik had. Maar de realiteit is dat we niet de resultaten hebben behaald waarop we allemaal hadden gehoopt.”
Coucke wees op een gebrek aan stabiliteit als een belangrijke factor in de problemen van de club. Hij noemde de korte maar veelbelovende periode onder Vincent Kompany en verklaarde: “Met Kompany waren we iets aan het opbouwen, maar er was te weinig geduld. Als hij was gebleven, zou alles compleet anders zijn geweest.” Hij erkende echter dat de constante wisselingen in management en sportieve richting hun tol hebben geëist.
“Ik ben tot de conclusie gekomen dat mijn aanwezigheid een afleiding is geworden”, vervolgde Coucke. “De focus moet liggen op het veld, op de spelers en op het herstellen van de identiteit van de club. Zolang ik hier ben, zullen de protesten doorgaan en zal de club verdeeld blijven. Dat is niet eerlijk tegenover de fans, de spelers of de staf. Het is tijd dat ik een stap opzij zet.”
Hoewel Coucke geen exacte datum noemde, geven bronnen dicht bij de club aan dat hij zijn vertrek na de zomerse transferperiode zal afronden, wat een soepele machtsoverdracht mogelijk maakt. Naar verwachting zal hij zijn meerderheidsaandeel verkopen aan een nog onbekend consortium van investeerders.
Een erfenis van onvervulde potentie
Coucke’s bewind is een paradox. Hij erfde een club die, naar eigen zeggen, een “financieel kerkhof” was. Hij stabiliseerde de financiën, investeerde in infrastructuur en haalde bekende namen binnen. Toch bleef sportief succes uit. De beste competitieprestatie van de club onder zijn leiding was een derde plaats, en ze hebben inmiddels drie bekerfinales verloren tijdens zijn periode.
De instabiliteit strekte zich ook uit tot het bestuur. Coucke zag meerdere trainers en sportief directeuren de revue passeren bij Neerpede. Zelf trad hij in 2020 af als voorzitter en gaf hij het stokje over aan Wouter Vandenhaute, maar ook die relatie verzuurde. Vandenhaute nam in september 2025 ontslag, waardoor Coucke opnieuw een actievere rol moest spelen in de herstructurering van de club.
“Ik heb alles geprobeerd: nieuwe trainers, nieuwe directeuren, nieuwe structuren,” zei Coucke. “Maar de resultaten bleven uit. De fans hebben gelijk dat ze boos zijn. Ze verdienen beter. En ik geloof dat Anderlecht alleen vooruit kan met een nieuwe eigenaar en een frisse start.”
Wat staat Anderlecht te wachten?
Het nieuws over Couckes aanstaande vertrek is met gemengde gevoelens ontvangen, zowel door opluchting als door onzekerheid. Hoewel veel fans het als een noodzakelijke stap zien, maken anderen zich zorgen over de nabije toekomst van de club. Het team heeft momenteel geen vaste hoofdtrainer en bereidt zich voor op een cruciaal seizoen.
CEO Kenneth Bornauw, die werd aangesteld als onderdeel van Couckes recente herstructurering, zal naar verwachting de zoektocht naar nieuwe investeerders leiden. “Marc heeft alles voor deze club gegeven,” zei Bornauw in een verklaring. “Hoewel we zijn beslissing respecteren, blijft onze focus gericht op het samenstellen van een competitieve selectie voor het komende seizoen. De overgang zal zorgvuldig worden begeleid om stabiliteit te garanderen.”
Romelu Lukaku, die een goede band heeft met Coucke en in verband is gebracht met een terugkeer naar de club, sprak zijn dankbaarheid uit aan de vertrekkende eigenaar. “Marc is een grote supporter van me geweest,” zei Lukaku. “Hij heeft een groot hart en hij houdt echt van Anderlecht. Ik hoop dat hij herinnerd zal worden om zijn passie en zijn inzet, ook al volgden de resultaten niet altijd.”
Een bitter einde
Voor Marc Coucke blijft de droom om Anderlecht terug naar de top van het Belgische voetbal te leiden onvervuld. Zijn vertrek markeert het einde van een tijdperk – een tijdperk gekenmerkt door ambitie, investeringen, maar uiteindelijk een gebrek aan succes op het veld.
Terwijl hij zich voorbereidt om de sleutels van het Lotto Park over te dragen, vertrekt Coucke met een zwaar hart maar een schoon geweten. “Ik heb geen spijt”, zei hij. “Ik heb alles gegeven. Ik hoop alleen dat de fans, wanneer Anderlecht weer prijzen wint, terugkijken en zien dat ik mijn best heb gedaan om hen daarbij te helpen.”
